07-07-08

Bloggin' Blues

Het valt me zwaar, maar het lijkt erop dat mijn eens zo vertrouwde blogstek, net zoals vele vele vele andere mensen en dingen in mijn leven, mijn aandacht niet vast kan houden. Hier gooide ik nog maar een goed anderhalf jaar geleden elke frustratie en elk verdriet open en bloot ; nu kom ik daar zelfs niet meer toe.

Ik wou dat ik kon zeggen dat al dat opengooien zoveel goeds heeft gedaan, dat ik nu stralend van geluk zachtjesaan kon afbouwen. Helaas. Ik bouw af, ja. Omdat ik er zelf niet meer tegen kan om de ene na de andere depressie hier in woorden die blaken van zelfmedelijden te zien passeren. Er zijn vast wel grappige momenten geweest die het waard waren hier neer te pennen, maar die worden doorgaans zo door de onaangename en ellendige momenten overschaduwd, dat ik ze, tegen de tijd dat ik hier alleen ben met dit klavier, allang vergeten ben.

Niet alleen de opsomming van nachtdonkere gedachten en momenten ben ik moegepend, ook de saaiheid van mijn dagen vormt een belemmering. Het is al erg genoeg dat het zo saai IS, laat staan de pret die ik eraan beleef om die alledaagse saaiheid hier dan nog es in de verf te zetten. Dat is ronduit masochistisch gedrag, toch?

Neenee, het is geen afscheid; enkel een verduidelijking. Ik zal wel nooit kunnen leven zonder een dagboekerige uitlaatklep. Alleen de frequentie van invulling is een beetje flou.

Het hoeft zeker geen verdere uitleg: ik voel me niet opperbest. Ik voel me nooit opperbest, eigenlijk. Wellicht ben ik zo een van die arme zielen die moeten voortsukkelen in een soort van constante existentiële crisis. Ik kan niet zeggen dat ik zo depressief ben dat ik er liefst meteen een einde an zou maken. Dat Niet. Maar ik ben overduidelijk niet gelukkig. En ik kan niet zeggen hoe grondig beu ik dat niet-gelukkig-zijn ben. Het is eindeloos vermoeiend, dat geharrewar tussen al die gevoelsnuances, dat eindeloos pro-be-ren. Ik ben moegeprobeerd. Ik ben gebuisd in het leven. Voilà. En nu moet men maar es ophouden om dat erg te gaan vinden, of dat te weerleggen, of wat dan ook. Het is mijn bestaan, en ik zeg het u: in mijn bestaan ben ik over heel de lijn gebuisd. Mijn bestaan, zoals ik het nu zie, is naar de normen die ik durf te hebben, niet geslaagd. Ik kan dat zeggen omdat ik afleid dat, ware ik volgens eigen normen wèl geslaagd, ik wellicht ook een vorm van geluk zou voelen. En die voel ik dus niet. QED.

Dus: ofwel zijn mijn normen niet juist, ofwel is mijn perceptie niet juist, ofwel is mijn gevoel niet juist. Hoe je het draait of keert: IETS is niet juist. Let wel, ik acht voor mijn hele stelling niemand anders verantwoordelijk dan ikzelf. Dat maakt het drama alleen groter, hoe vreemd dat ook mag zijn. Het zou makkelijker zijn mijn torment en leegte toe te kunnen schrijven aan een ander. Maar dat kan ik niet. Iedereen lijkt z'n best te doen. Behalve ik.

Er zijn gedichten en liedjes over het zoeken naar een eigen plaatsje. Welke doorgaans te zwaarwichtig of te melodramatisch of ronduit bombastisch zijn. Ik zou ermee lachen, ware het niet dat net het niet vinden van mijn stek op deze bol me zo zwaarmoedig maakt. Ik ben weer vele entiteiten, maar zonder geheel. En entiteiten zonder moederschip, falen. Ik ben een moeder, een dochter, een echtgenote, een werkloze. En in al die rollen, faal ik. Ik ben een halve moeder, een gebroken dochter, een gebrekkige echtgenote en een afgeschreven werkloze. Een halve moeder, omdat ik tegelijk alles wil doen voor mijn meiden, terwijl ik ze tot zelfstandige wezens wil zien opgroeien; ik doe alles, ik krijg zeer weinig terug, ik verlies mezelf, en verfoei bij wijlen die onverwoestbare onvoorwaardelijke moederliefde. Ik ben geen oermoeder, ik probeer alleen maar. Het lijkt me nu of ik bij alles wat ik tracht te geven, een deel van mezelf wordt weggegeven om nooit meer terug te komen. Zo hoort het niet te zijn.
Een gebrekkige echtgenote, omdat ik zo hard probeer om goed te zijn, in de wetenschap dat ik me voor joker zet. Ik zal nooit goed zijn. Ik word soms verteerd door die hevige drang om weg te gaan, en dat wezen te gaan opzoeken die ik vroeger was. Ik kan dat niet hier in huis. Maar ik kan niet weg, ik ben een echtgenote, echtgenotes geven niet toe aan een drang om weg te gaan. Echtgenotes zorgen voor hun man en hun gezin. Ik niet. Ik zorg voor chaos en stress. Ik blijf, en overwin die drang soms ternauwernood, en dan gaat weer een stukje van mij kapot. Dan huil ik vanbinnen, echt, dan huilt mijn ziel. Ik wil de mensen rondom mij niet kwijt, ze hoeven niet kwaad te zijn, of zichzelf de vraag te stellen wat ze verkeerd deden. Zij deden niks. Ik ben gewoon een onrustig wezen dat per abuis in de rol van echtgenote terecht is gekomen. En ik wil af en toe weg. WEG WEG WEG, ineens. Voor een uur, of drie, of een dag of zes ik weet het niet, de tijd dat de onrust door mijn hoofd scheurt. En dan kom ik terug. Als een vogel naar z'n nest. Maar dat krijg ik niet uitgelegd, ik kon het vroeger ook al niet, toen ik nog thuis woonde. En dus kreeg ik ruzie, veel ruzie. En dus leerde ik te blijven. Maar de onrust, die ging nooit weg. NOOIT. Soms stel ik het me voor hoe het zu zijn, die vrijheid. Dat ik tegen mijn man en dochters kon zeggen: het is niet erg, ik moet even een rondje uit vliegen, maak je geen zorgen. Ik vertrouw erop dat jullie het ook zonder mij kunnen. Ik vertrouw erop dat jullie me begrijpen. Ik vertrou erop dat jullie niet gaan twijfelen aan mijn onvoorwaardelijke liefde. Want of ik hier ben, of weg, mijn onvoorwaardelijke liefde blijft ook. Maar dat kan ik nooit zeggen. Er is geen regelmaat in die onrust, en opgroeiende kinderen en als zelfstandige werkende echtgenoten hebben nood aan regelmaat en schuwen het onvoorspelbare. Een gebrekkige echtgenote: eentje met geknipte vleugels.

Een afgeschreven werkloze, omdat zelfs de vdab moet toegeven dat er met mij geen land te bezeilen is. Ik pas nergens in. En dus verlies ik binnen een week mijn recht op uitkering. Dan ben ik een paria. Een parasiet. Want dan ga ik als gebrekkige echtgenote leven "ten laste van" mijn echtgenoot. Ik ben dan zelfs letterlijk een last. Wat mijn schuldgevoel alleen vergroot, en mij ertoe zal drijven om gedwee en braaf te zijn, en er geen eigen ideeën meer op na te houden, en ja te knikken. Wiens brood men eet, wiens woord men spreekt. Vreselijk gevoel. Ik kan er niks aan doen, ik voel me een lijfeigene. Ik zou moeten van geluk spreken, dat ik een man heb die voor me kan zorgen, anders lag ik nu dus in de goot. Om één of andere bizarre reden zou ik mezelf minder verachten mocht ik nu alleen in de goot liggen tgv mijn onangepast gedrag, dan dat ik leef op de inkomsten van het labeur van een ander. Ik veracht mezelf. Ik hou echt helemaal niet meer van mij. Ik schrijf mezelf maar af. een afgeschreven werkloze.

01:07 Gepost door Wan in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Wan, erg dat je je zo voelt.
breek jezelf toch niet zo af, enkel omdat de maatschappij je andere normen oplegt dan dat jij ze aanvoelt; schrijf het van je af ipv jezelf af te schrijven. Je bent/blijft wie je bent ondanks alle pogingen om jezelf te veranderen. Zien je kinderen je daarom minder graag? Of je man? Dat het moeilijk is, ok, dat zal wel. Maar geef jezelf er niet de schuld van, of heb jij jezelf en de maatschappij gemaakt?
Doei en sterkte

Gepost door: marleen | 08-07-08

De commentaren zijn gesloten.