20-05-08

Dag Twee van de rugbehandeling

Gisteren ben ik uit zelfbehoud vroeg in bed gedoken. Als ik op bleef, bleef ik ook rondlopen en manden was hijsen edm. Vandaar. Een dwangbuis ware best geweest, maar die heb ik hier niet direct.
Ik heb na het lezen over Epicurus en Seneca super goed geslapen. Mijn rug deed tegen dan toch een beetje pijn, wellicht vanwege de infiltratie; het zou al raar zijn dat een mens twee nallden van 15cm in zijn rug krijgt en er werkelijk helemaal NIKS van voelt, toch. Ik ben ook wat beginnen zweten, en dan zweven in mijn hoofd. Geen idee of het de nawerking van de spuiten was, of de bedwelming van het heerlijke boek. In elk geval ik heb goed geslapen, en.... Ik ben deze morgen PIJNLOOS uit bed gekomen. Echt: pijnloos, u leest het goed. De eerste dag na zo'n kleine 8 jaar dat ik zonder rugpijn uit bed kon stappen. GEEN pijn. Bijzonder raar was dat. Ik miste iets, en kon niet direct zeggen wat het was, en toen viel mijn frank: geen pijn! Goed nieuws, maar het bleef niet duren.

Ha neen. Ik kan nu wel een halve dag zitten en hangen, maar geen twee dagen. Dus ben ik begonnen met het optillen van een overvolle wasmand, en hup: scheut in de rug. DOMMMMM. Nu voel ik een zowat zeurende pijn in mijn poep en mijn lenden. Misschien is dat een uitvloeisel, ik weet het niet. Ik heb maar voor alle zekerheid een vervolgafspraak gemaakt bij 'De Infiltrant', om te checken of alles naar wens loopt en zo. En om een verslag en mijn foto's af te halen, want dat ben ik gisteren grandioos vergeten vragen. Nochtans dringend, want ik moet nog een doktersafspraak maken bij de RVA-mannen hee. En dan is dat verslag van groot belang. Denk ik.

Nog iets raars: ik ben mjn stem weer kwijt. Hopelijk is die spuit niet de verkeerde kant uitgegaan; het zal wel eerder met mijn af-en-aan lopende neus en dikke keel te maken hebben zeker?
Deze morgen ook weer eens de 97ste geld-discussie-in-één-jaar met Stefan gehad. Het zijn zinloze discussies, omdat ik me in 't geheel niet kan uitdrukken. Dat heeft als gevolg dat er een schoolvoorbeeld van een man-vrouw kloofgesprek volgt. Vrouwenwoorden die niet te vatten zijn door mannengehoor, en omgekeerd. Ik hoor mezelf bezig, en ik erger me eraan dat ik niet bij machte ben mijn woorden zo te kiezen en zinnen zo te vormen dat ik niet klink als de ocharme-tekort-gedane-sukkel-vrouw-van-de-hard-werkende-man, of als de kwaaie-man-afpersende-betweterige-doet-zelf-niks-bitch-die-haar-arme-man-onder-druk-zet of nog als de ondankbare-ongeduldige-dwingeland-klaagster. Het is niet mijn bedoeling. Ik klink altijd emotioneel, terwijl het in mijn hoofd niet altijd om emoties gaat. Het is allemaal simpel, zelfs.

Ik werk niet => ik verdien niet => ik heb geen geld
Hij werkt veel=> hij verdent veel=> hij (corr. Het bedrijf!) heeft geld

==> ik ben afhankelijk van zijn geld

we zijn getrouwd=>we bespreken werk/niet werk met elkaar
we gingen akkoord met de huidige toestand=> hij die werkt, werkt ook voor zij die niet werkt; zij die niet werkt, zorgt ervoor dat hij die wel werkt dat optimaal kan doen.

==> we hebben via het bedrijf een beetje centen

Vraag: zijn die centjes een doel of een middel? Ik ben er alleen maar mee bezig in die mate dat het leven duur is, en dat ik tot mijn takenpakket heb: het boodschappen doen. Als ik boodschappen doe, merk dat het duur is, en bovendien merk dat de rekening 3/4 de maand plat is, dan heb ik een probleem. Ik spreek niet van extra's: geen cinema's hier, of reizen, of schoonheidsspecialistes, of nagelstylistes, of tuinmannen, of kuisvrouwen, zelden een restaurant + babysit, niks van al die luxe. Alleen eten en kledij. Dus, wanneer er zich aan de ene kant bevindt: een man die veel werkt, en soms teveel werkt, en dus gestresseerd is, en weinig zegt of doet dat voor het gezin als aangenaam wordt bevonden - en dan bedoel ik dat niet materieel, maar in de zin van lachen, of spelen, of es samen weggaan, of gewoon ontspannen zijn, en in het verlengde van dat een gestaag stijgende bankrekening, en wanneer zich aan de andere kant bevindt een vrouw die op de huishoudcenten moet letten, op de kinderen moet letten, en hence ook niet meer bepaald genietbaar is, dan rijst er een vraag: waarom de centen hebben???? Ik zou veel en veel liever een man rond mij zien die gelukkig en ontspannen is, dan een gespannen man met een bedrijf met centen die daar toch maar staan te staan. Ik waardeer als geen ander de inspanningen om het ons als gezin comfortabeler te maken, dat is wat mannen doorgaans doen. Ik waardeer daarenboven dat het mij bovendien de luxe verschaft om niet te MOETEN werken. Zover mijn oprechte dankbaarheid. Maar als nu blijkt dat het gezin er niet comfortabeler op wordt, én dat de man er bovendien aan onderuit gaat én dat de relatie er ook nog door verzuurd, awel, dan bedank ik. Dan liever minder geld en een fijn gezin. Da' s alles wat ik wou zeggen: lieve man van mij, dank voor je inspanningen, maar let erop dat je het midden behoudt, dat je niet uit het oog verliest wat belangrijk is omwille van de kick van de aangroeiende rekening. Ook al ziet hij dat dan in ons aller belang. Hij heeft wellicht gelijk op lange termijn, maar toch. Ik ken er nog die zo bezig waren met bouwen aan hun toekomst dat ze de toekomst nooit hebben gehaald. Centen moeten in mijn bestaan een middel zijn, geen doel. Rollen moet die handel. Tjah, we schelen helaas van mening, en ik heb geen zeggingschap over het geld. Frustrerend? Zeker, maar niet in die mate dat ik er ruzie over wil, geld dat staat te staan interesseert me niet, dat is een virtueel cijfer. Gaat de bank morgen dicht, dan is dat cijfertje foetsie. Dankuwel voor je noeste arbeid. Wat me wel interesseert is die noeste arbeid die uren, zweet, stress, vervreemding, angst en slapeloosheid kost de moeite waard te maken, dat die rotgevolgen verbonden aan het zo nodig moeten verdienen van geld toch nog iets goeds tot gevolg hebben, iets goeds dat in verhouding staat tot de kost. Niet alleen kunnen eten en de huur betalen dus, dat konden we vroeger ook. Met minder moeite zelfs. Snappie? Het gaat eigenlijk niet eens om mij, maar om hem. Ik zou zo graag zien dat hij eens plezier heeft aan al die inspanningen, maar hoe kun je nu plezier hebben aan werken werken en werken en verder niks. Centen laten staan, afgeven aan de staat en voilà dat is 't. Dat dat nu allemaal nog zo loopt begrijp ik best, hij is nog geen jaar als zelfstandige aan de slag, er moet nog afgewacht worden of het bedrijf verder zal groeien of niet, en het is nog steeds wennen. Maar toch: het kan geen kwaad om tenminste in het achterhoofd te houden dat de arbeid en de verdiensten ervan tot mooie en / of plezante dingen kunnen leiden, anders dan alleen maar een investering te wezen voor een zeer onzekere toekomst. Toch? 

Ik weet het; ik heb het nooit in me gehad: dat appeltje voor de dorst, dat "wat als..." redeneren, dat sparen, dat langetermijngedoe... Weet je dat er zelden een dag voorbij gaat dat ik ga slapen en denk: "stel dat ik NU doodval, zou ik dan blij zijn over mijn laatste dag?" Veelal is het antwoord negatief. En da's dan jammer, want er is geen enkele garantie op een volgende dag. (Ja, ik heb Seneca gelezen, nu weet ik het zeker: er zijn géén garanties, GEEN). Geheel in tegenstelling tot mijn man ben ik een NU -mens. Ik denk zelfs niet verder dan mijn neus lang is. Of erger dan mijn wimpers lang zijn. Oops en nu moet ik lopen: kindjes afhalen. Straks nog een vervolg van Ineke. Of nee, nu snel:

Ineke snapte er niks van, en ze wist helemaal niet hoe ze zich moest voelen. Verbaasd ? Om dat de tovenaar zomaar uit haar schoen kwam gekropen ? Verdrietig ? Omdat ze nu door haar onbeleefde gedrag Nono nog steeds niet trug had ? Boos ? Omdat Kashko helemaal niet deed wat ze wou ? Verward ? Omdat Kashko zoveel had gezegd waar ze nooit over had nagedacht ?

 In elk geval, één ding wist ze zeker : ze voelde zich lang niet meer zo misselijk, en dat was al iets. Ze trok haar knietjes op tot onder haar kin, en dacht heel erg diep na over hoe ze Nono terug kon krijgen. In haar voorhoofd verscheen een diepe rimpel. « Hmmm…wat zei dat kleine tovenaartje nu toch allemaal…dat ik met heel m’n hart van Nono moest houden. Maar dat doe ik toch al ? En dat ik de juiste vraag moest stellen ? Ik vroeg toch of ik Nono terug mocht ? Nou ja, misschien was ik wel vergeten om alsjeblieft te zeggen… Misschien is het dat wel ? » Dus riep Ineke zo hard ze kon : « ALLERBESTE TOVENAAR KASHKO MAG IK ALSJEBLIEFT NONO TERUG ? ? » Ze hield haar schoen in de gaten, maar er kroop geen tovenaartje uit. Ze keek in elke hoek van de kamer, op zoek naar fonkelende sterretjes. Maar nee hoor, NIKS. Ineke ademde eens heel diep in en riep, zo mogelijk nog harder : « HELE LIEVE BESTE TOVENAAR KASHKO, MAG IK NU ALSJEBLIEF ALSJEBLIEF MIJN NONO TERUG? "  De deur van haar kamer ging open, en daar stond de koningin Ineke onbegrijpend aan te kijken. « Ineke toch Wat doe jij raar de laatste tijd ! Wat sta je nu zo hard te gillen zo alleen in je kamer ? Ik schrok me een aap ! »Ineke keek haar mama een beetje dom aan. Ze had natuurlijk verwacht een klein tovenaartje door de deur te zien vliegen, maar in plaats daarvan stond er een grote geschrokken mama. « Nu ja, » zei de koningin, « nu je toch wakker bent, en zo te zien niet meer al te ziek bent, kun je meekomen naar beneden. Ik ben net bezig stof te zoeken voor je jurk voor het Grote Feest » Dat moest de koningin geen twee keer zeggen, want Ineke was wel benieuwd welke jurk ze zou krijgen voor het feest.Beneden op de grote keukentafel lagen allerhande boeken en stofjes in allerlei kleuren en formaten. Ergens tussen al die stofjes zag Ineke de kleermaker met zijn meter rond zijn nek een beetje warrig rondschuifelen. « Ha, Ineke, daar ben je, jongedame ! » begroette het kleermakertje haar « fijn dat je ons komt helpen om een wondermooie prinsessenjurk voor jou in elkaar te knutselen ! De koningin bezorgt me grijze haren » zei hij, knipogend  « want ze kan maar niet kiezen. Wordt het een zilveren jurk, of een roze, of een rode, of een lichtblauwe… Wat denk jij, Ineke ? »  Ineke vond het zelf ook erg moeilijk om te kiezen, en ze wou maar dat ze van alle kleuren een jurk kon laten maken. Ze keek aandachtig naar alle stoffen en alle kleuren. Ze probeerde zich voor te stellen hoe een jurk er in die en die en die kleur zou gaan uitzien. Af en toe ging ze met een lap stof rond haar middel voor een grote spiegel staan als ze er niet in slaagde zich er iets bij voor te stellen. De koningin en de kleermaker keken geduldig toe, tot Ineke tenslotte koos voor een stof die wel alle kleuren van de regenboog had. Nou ja, op het eerste gezicht zag de stof er nogal zilverachtig uit, maar als het licht erop scheen zag je ook roze en lila en paars en blauw en zelfs lichtgroen en geel ! « Een mooie keuze Ineke » zei de kleermaker « kom es hier, en ga op die stoel staan, dan kan ik je maten nemen » De kleermaker zwiepte zijn meter onder haar oksels en rond haar billen, en liet de meter aan haar schouders tot op haar tenen naar beneden rollen, en noteerde alle maten zorgvuldig. «  Ziezo kleine meid, ik kan aan je jurk beginnen ! Over drie maanden kom ik terug, want dan ben je natuurlijk weer een stukje gegroeid, maar wees niet ongerust, daar houdt deze slimme kleermaker echt wel rekening mee ! »Samen met de koningin ruimde Ineke de keuken op toen de kleermaker weg was. Dan vroeg ze of ze met Foeke kon gaan spelen. « Nog eventje Ineke » zei de koningin.  

Nu ze zo hard om Kashko had geroepen en hij niet was gekomen, werd Ineke een beetje ongerust. Wat als hij nooit meer kwam opdagen, dan zag ze Nono zeker ook nooit meer terug ! Ineke was zo ongerust dat ze had besloten haar hele verhaal aan Foeke te vertellen. Hij zou vast wel weten hoe ze Nono terug kon winnen !

 Diep in gedachten verzonken liep ze het pad op naar Foekes huis. Ze was zo diep aan het nadenken dat ze Foeke niet zag die achter haar aansloop. « BOE ! ! » schreeuwde Foeke in haar oor . « WHAAA ! » Ineke maakte van het schrikken een sprongetje in de lucht. « Hahahaaa » lachte Foeke. « Flauw hoor, Foeke, een prinses zo doen schrikken » zei Ineke «  En dan nog wel net een prinses die jouw hulp komt vragen voor een uiterst belangrijke zaak ! » « Hola. » Foeke trok zijn wenkbrauwen op « Een uiterst belangrijke zaak, zeg je ? dan staat deze jongen voor je klaar. Ineke : spreek op, waarover gaat het ? Zijn er inbrekers in het paleis ? Is je fiets kapot ? » « Neenee, véél belangrijker ! » « Nog belangrijker ? oeioei Ineke, dit is wel heel ernstig ! » « Kom mee » zei Ineke. Foeke volgde Ineke naar het park, waar ze recht op ‘hun’ eik af liep. In die eik hadden ze samen een boomhut gebouwd. Die boomhut werd alleen gebruikt voor « ernstige dingen ». Tot nu toe hadden ze nog maar vier keer « ernstige dingen » in de boomhut moeten bespreken. De eerste keer was om samen met Foeke de dingen te bespreken die mogelijk op de lijst van ‘ernstige dingen’ konden staan. De tweede keer dat ze in de boomhut zaten was om een vreselijk uit de hand gelopen ruzie weer bij te leggen. De derde keer was eigenlijk nog niet zo heel erg lang geleden toen de vader van Foeke misschien zou moeten gaan werken in een land ver weg van Mooiland, en er sprake was van een verhuis. Die derde keer waren Ineke en Foeke lang in de boomhut gebleven , en ze hadden samen gehuild, en wondere plannen gemaakt en elkaar gezegd dat ze voor altijd beste vrienden zouden blijven, ook al woonden ze dan elk in een ander land. Maar uiteindelijk bleef Foeke er gewoon wonen, en nu was het Tovenaar Kashko en Nono die in de hut zouden besproken worden.

Foeke flipt in de volgende...

De commentaren zijn gesloten.