19-05-08

HATSJOEM

Jee o jee hatsjoem hatsjaaaa nies ende snotter, wat een gedoe. Valt mijne frank dus nu pas: het is zeker hooikoortsseizoen? Verkoudheden komen en gaan nu ook wel maar toch niet op het ritme van de regen. Vandaar dat het begon te dagen: regen = geen snottoestand, geen regen = uitwringbare zakdoeken. Ik ben het nog niet gewoon, ziet u, de term hooikoorts deed hier pas vorig jaar of zo z'n intrede. Voorheen had ik daar geen last van, nu moet ik dus een snot-o-meter installeren. Vandaag 4 op de snotschaal, helaas.

Straks moet ik naar de infiltrant. dat is een fysioloog die met een fijne naald vol Osteonil de facetgewrichten aan mijn ruggegraat op andere gedachten zal proberen brengen. Ik leef nu op evenveel hoop als dat ik de vorige week op bendes Biofenac heb geleefd. De Cataflam is op, de Feldène is op, de Mesulid is uit de handel genomen, de tube Voltaren is zwaar mishandeld. Ik ben het zo beu, dat hele gedoe met die rug. Het valt niet te voorspellen. De ene dag is de pijn "gewoon", wat wil zeggen te dragen, ook na bvb het insteken van een was. De andere dag is het net doenbaar, wat wil zeggen dat het pijn doet, maar dat ik kan rondlopen, zij het zonder te trachten een was in te steken. En sommige dagen is het niet te doen, dan kan ik ook niet zomaar rondlopen, tenzij gebogen en stapje voor stapje. Zo gaat het echt niet langer. Om dan te zwijgen van alle pillendraaierij, wat ook zo z'n gevolgen heeft... Dus voilà: naald in mijn rug of niet, het kan alleen maar beter zijn dan het nu is.

Zeer of geen zeer, snot of geen snot: zaterdag was er een verjaardagsfeestje waar ik zeer van genoten heb. Ik heb echter ook alcohol tot mij genomen, en was dus, geheel in tegenstrijd met mijn principes absoluut ZAT. Het moet geen schoon zicht zijn geweest. Ik heb het al lastig met het begrip uitgaande vrouw van middelbare leeftijd, maar als dat een lallende wobbelende uitgaande in het niets starende vrouw van middelbare leeftijd wordt, schaam ik me diep. Toch heb ik me best geamuseerd: zoveel nieuwe mensen! Het geeft energie, zo es nieuwe gezichten zien en zo. Vandaag is de energie echter ver te zoeken: het was laat zaterdagavond, gisteren voelde ik daar niks van, maar vandaag is dat andere koek. Kun je nagaan: zelfs mijn vermoeidheid komt met vertraging, wat nog??? Als ik ook nog met vertraging ga beginnen ademen, mag ik problemen verwachten.

De week ziet er voorts vrij kalm uit. Ik moet wat dokters opzoeken voor de RVA, en mijn was erdoor krijgen, maar voor de rest ben ik behoorlijk vrij. Zo vrij als mijn rug me toelaat, welteverstaan. Die rug moet rap beteren, al is het maar ter ondersteuning van een komend groots project ten huize Wan: we gaan de slaapkamer herschilderen, en een nieuwe kleerkast installeren. Dat moet zorgvuldig worden voorbereid, gezien de slaapkamer zowat dienst doet als "overloopkamer": alles wat ergens anders tevee staat, komt daar terecht. Alles in de slaapkamer is oud: oud bed, met oude matrassen en een oude kast met oude kleren. Er staat nog en oude tafel een oude stoel - waar ik nog op heb gestudeerd, kun je nagaan. De huidige kleerkast staat er enkel nog recht, omdat we er niet aankomen. Als we die uit elkaar gaan halen, zal één vijs volstaan om alles in mekaar te doen zakken. Wat er dus moet gebeuren zijn afbraakwerken en een halve verhuis van zonevreemde dingen. We zullen moeten kamperen in de living tijdens de verfwerken. We moeten een nieuwe kast gaan kopen, eentje waar alles in kan, zodat het kledingrek wat nu dienst doet als de kast van Stefan annex schoenenrek (ik hing er een touw aan vast, en daaraan bungelen mijn laarzen aan wasknijpers: geweldig idee toch?), plaats kan ruimen. En misschien kan dan zelfs het andere rekje ook uit de weg, dat rekje waar dan weer mijn lakens en zo in zitten. En misschien ook het kastje dat volgepropt zit met andere brol. En het burootje kan dan misschien OOK naar de zolder, of op eBay... Het zou zo fijn zijn om in plaats van al die uiterste rommel en malheureus bij elkaar geplaatste rekjes en tafeltjes es RUIMTE te hebben. Ik koester zelfs de hoop om met eBy genoeg verkocht te krijgen om daarvan 2 nachttafeltjes te kunnen kopen, zodat de boeken edm IN het kastje kunnen, en niet meer gestapeld op de grond hoeven te liggen. Misschien kan er nog een lamp van af...Nu hangt er zo'n Oosters geknoopte doek rond een peertje, en onderaan dat gedoekte is de meet&greetplaats van de vliegen; vroeger was het een beige onderkant, nu is die eh, bruinig, yek. Ook de gordijnen zijn aan vervanging toe... Maar ik droom. Ik zal al blij zijn met een kast en een opgefriste kamer. Het zal wel raar doen : mijn "gedweilde" muur zal er dan niet meer zijn. Ik heb nl. 1 muur met een dweil in het steenrood 'geverfd', fin gedweild, dus. dat zijn allemaal strepen, die hier en daar wat uitlopen (wat niet de bedoeling was). Stefan heeft al zoveel moeite gehad om in het bureau mijn muurbloemen overschilderd te krijgen, wat zal dit steenrood gedoe dan worden... Hum. Wordt vervolgd, vrees ik.

En om af te sluiten nog wat Ineke, voor de liefhebbers van een afwijkend verhaaltje voor het slapengaan of voor de lunch of zoiets:

« Kom op Ineke » zei de prinses tegen zichzelf « nu je grootste wens in vervulling is gegaan, kun je er maar best van genieten ! » Weer liep ze naar haar speelgoedkoffer « Wat zal ik gaan doen ? Mmmm… » Ze neusde door de koffer «  Nee, puzzelen heb ik al gedaan, en in dat boek heb ik al gekeken… Wacht, ik kijk nog es uit het raam. Binnen in het paleis slaapt iedereen, maar buiten is er vast nog iemand wakker ! »

 

Ze opende het raam, en gauw begon Natasja de nachtegaal haar allermooiste prinsessenlied te fluiten. In de hoogste boom hoorde prinses Ineke gefladder… Daar woonde Hugo, de wijze uil, die haar gisteren zo verbaasd aankeek. « Oehoe, oehoe, Joehoe ! Prinses Ineke, ben jij nog niet in Dromenland ? » vroeg Hugo. Hij fladderde naar het raam en landde bij Ineke op de vensterbank. « Nee hoor, Hugo, ik hoef van Kashko nooit meer te slapen ! » « Oehoe ! Kashko ! » taterde de uil « Kind toch, dat kan toch niet ! Kleine lieve mooie prinsesjes als jij behoren toch te slapen ? En te dromen van mooie prinsen, en grote feesten, en leuke dagen en prinsessenverjaardagstaarten vol slagroom ? ? ? » « Nee, Hugo, prinsessen moeten spelen, niet slapen ! » « Mijn lieve kind, spelen doe je overdag, maar toch niet midden in de nacht ! ? » zei de wijze uil. « Hugo, je bent een wijze vogel, maar je snapt er niks van ! » antwoordde Ineke geërgerd. Hugo schudde zijn wijze kop, trok zijn vleugels open en vloog weg, mopperend dat niet hij, maar de prinses er niks van snapte. Ineke bleef koppig uit het raam hangen. Ze wou het niet meteen toegeven, maar eigenlijk verveelde ze zich een beetje. Ze keek naar de hemel, waar de sterretjes fonkelden, en waar Mona, de maan, glimlachend naar Ineke keek. « Dag Mona » groette Ineke. « dag mijn lieve prinses » zei Mona zacht. « Ik zag je gisteren ook, m’n kind, wat doe jij zo laat nog op ? » En ook aan Mona vertelde Ineke over Kashko en haar wens om nooit meer te moeten slapen. « O, is dat zo, m’n kind » vroeg Mona « Wat raar… Ik ben de maan, en ik sta elke nacht hier, tussen de sterren aan de hemel. Ik kijk toe hoe alle mensen onder hun warme deken zalig gaan slapen, terwijl ik net elke nacht wakker moet blijven. Mijn zus, de zon Zora, ziet elke dag al die lieve mensen van Mooiland bewegen en lachen. Zora staat op met de mensen, en gaat slapen als ook de mensen slapen gaan. Lieve prinses, wat zou ik ook graag net als de mensen onder een dekentje liggen als de nacht komt. Jij hebt dat grote geluk, en je hebt je lieve Nono ingeruild om dat geluk op te geven ? » Mona kon het echt niet geloven. « Mona… ook jij begrijpt het niet… » stamelde Ineke twijfelend en ze sloot haar raam.

 Prinses Ineke was koppig. Hoewel ze hem zo hard miste, bleef ze geloven dat het de opoffering van Nono waard was om niet meer op tijd naar bed te moeten. Om dat hatelijke gepeins te overwinnen, sloop ze de trap af naar de keuken. Zonder mama of papa in de buurt, kon ze immers net zoveel en zo lang snoepen als ze wou ! Dus nam ze een grote kom en deed daar wel twintig chocolaatjes in, ze schepte er zeven scheppen ijs bij, en spoot de kom tenslotte helemaal vol met slagroom. Gulzig at Ineke van haar zoete hap. Toen de kom bijna leeg was, viel Ineke bijna van haar knalroze prinsessenstoel. Zoveel snoep en ijs had ze nog nooit gegeten, en haar buikje zat eivol !

O o o… dat was echt niet verstandig… Toen Ineke de trap weer op liep, voelde ze zich o zo ziek. En dat was normaal ook, want in Inekes buikje was het oorlog ! De chocolade die ze had gegeten en het ijs vochten als dappere soldaatjes in haar maagje. Er was geen Nono om haar te troosten, en ze kon mama niet wakker maken, want dan moest ze opbiechten wat ze allemaal had gegeten, en dat durfde ze niet. Dus zat er voor de kleine prinses niks anders op dan alleen op haar kamer te gaan wachten tot de oorlog voorbij was. En dat duurde héél erg lang. Voor het eerst dacht Ineke, « o, kon ik nu maar slapen, want zieke kindjes die slapen herstellen veel beter, en bovendien, als je slaapt voel je niet zo goed dat je ziek bent… » Maar ja, nu kon Ineke niet meer slapen. En… nu kon ze ook niet meer spelen. Wat vond Ineke dat erg. En wat had ze spijt dat ze zo gulzig was geweest en alles door elkaar had gegeten. Nog nooit had een nacht zo lang geduurd. Ze zag door haar raam hoe Mona de maan haar plaats ruilde voor haar zus Zora de zon. Prinses Ineke voelde zich nog steeds ellendig toen ze in pyjama de trap weer af strompelde om bij haar mama en papa in de keuken te gaan zitten. « Kindje ! » riep Lea uit « wat zie jij er bleekjes uit ! Jij bent vast ziek ! » Haar mama was zo bezorgd, en Ineke schaamde zich diep dat ze de koningin niet vertelde wat ze de vorige nacht had uitgespookt. De Koning zei « Kom, Ineke, neem een lekker dikke boterham, daar word je sterk en groot van ! » Het idee aan eten maakte Ineke meteen weer misselijk, en ze barstte in tranen uit.

 

Prinses Ineke was deze morgen helemaal niet tevreden over zichzelf. Ze was misselijk, ze had haar mama niet verteld hoe het kwam dat ze zo ziek was, ze miste Nono én ze kon niet spelen. « Kom, Kindje, » suste de koningin « ik denk dat je vandaag beter in je bedje kan blijven. » Ineke snikte nog steeds toen de koningin haar liefdevol toedekte en een dikke zoen gaf. « Rust maar wat, hevig prinsesje van me, en droog die traantjes. Even slapen en je bent er zo weer bovenop ».

  Maar Ineke kon natuurlijk niet slapen. Trouwens, zonder Nono wou ze ook niet slapen. En weer begon Ineke te snikken. « Nono… » fluisterde ze, « ik wil Nono… »« ZE WIL NONO !ZE WIL NONO ! » Die stem had Ineke eerder gehoord. … « Tovenaar Kashko ? » hikte Ineke tussen twee snikken door. « JAWEL, JAWEL ! » hoorde ze kraken. Door al die tranen heen zag Ineke helemaal niks. Ze snotterde heftig, en veegde met haar mouw haar waterlanders weg. Ze zag nog steeds geen Tovenaar. Ze keek op haar bed, en onder haar bed, ze keek in haar schuif… « Tovenaar Kashko, tovenaar Kashko ! » riep Ineke terwijl ze overal keek, en de ene schuif na de andere opentrok. « GUT GUT GUT. ZE WIL NONO. EN DAARVOOR WORD IK HIER WAKKER GEMAAKT TIJDENS MIJN MIDDAGDUTJE ! » Nu keek Ineke in de richting van waar de stem vandaan kwam. En nu moest ze zowaar lachen door haar traantjes heen : daar zag ze Kashko, mopperend en omringd door sterrenlicht, uit één van haar schoenen stappen ! Hij zette zijn paarse puntmuts mooi recht, en zweefde over een sterrenspoor tot op Inekes’ schouder.« O ! Tovenaar Kashko, ik ben zo blij dat je er bent ! Ik voel me toch zo alleen zonder Nono ! »« JAJA, JAJA ? JAZEKER…ZONDER NONO… » Tovenaar Kashko streek zijn lange witte baard glad. « Kashko, mag ik Nono terug ? » vroeg Ineke nogal heftig. Kashko schraapte zijn keel « Ahum, ahum ». Hij ging toen helemaal recht staan, en ging toen brutaal aan Ineke’s neus bungelen. Terwijl hij daar wat heen- en weer zwiepte, en Ineke bijna koppijn kreeg van scheel naar haar neus te kijken, herhaalde Kashko de vraag heel traag « Mag… ik… Nono…terug… ? » Ineke schudde heftig haar hoofd, waardoor Kashko languit van haar neus op haar hoofdkussen plofte. « Nou, Tovenaar, komt er nog wat van ? Je ahum-ahumt, je hangt aan mijn neus, je zegt me na, maar helpen doe je me niet ! » zei Ineke geïrriteerd. « NOG STEEDS GEEN GEDULD, EN NOG STEEDS ONBELEEFD » zei Kashko boos. »EN OMDAT JE ZO ONGEDULDIG EN ONBELEEFD BENT,ZAL IK NIET VEEL ZEGGEN » Ineke schrok, dat kleine tovenaartje was echt heel boos. « INEKE LUISTER,JE KRIJGT NONO PAS TERUG ALS DAT JE ENIGE WARE HARTEWENS IS OMDAT JE NONO OPRECHT GRAAG ZIET,EN NIET OMDAT JE JE VANDAAG PER TOEVAL EEN BEETJE ELLENDIG EN ALLEEN VOELT ! ! » « Maar Tovenaar Kashko.. » begon Ineke. Maar Kashko was boos, en liet haar niet uitspreken « NEE INEKE IK BEN NOG NIET UITGEPRAAT. JE KRIJGT NONO PAS TERUG ALS JE HEM MET HEEL JE HART GRAAG ZIET EN JE ‘M NOOIT MEER, VOOR NIKS TER WERELD, NOG ZOU RUILEN. DAT IS ECHTE VRIENDSCHAP EN ECHTE LIEFDE ! » Ineke opende haar mond om iets te gaan zeggen, maar Kashko was haar voor « EN BOVENDIEN MOET JE DE JUISTE VRAAG STELLEN ! ! ! » Floep ! Flits ! Tovenaar Kashko was verdwenen.

Volgende keer: Ineke roept Foeke ter hulp in de Hut van Belangrijke Besprekingen, Foeke flipt, vorderingen in het Feest van Mooiland...

De commentaren zijn gesloten.